Media Release

Plaats hier gratis uw artikel of persbericht!

Het Uitgangspuntendocument en de inspectiefrequentie.

Het Uitgangspuntendocument en de inspectiefrequentie.

 

Een opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen waarin beschermingsniveau 1 moet zijn gerealiseerd, en waarbij een brandbeveiligingsinstallatie 2.2, 2.3, 2.4, 2.6 of 2.7 uit bijlage F van de PGS15 is toegepast, mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat een goedkeurend inspectierapport door een voor deze verrichting geaccrediteerde inspectie A-instelling is afgegeven of nadat een certificaat door een daartoe op basis van NEN-EN 45011 door de Raad voor Accreditatie[1] geaccrediteerde certificatie-instelling is afgegeven. De inspectie-instelling moet op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17020 zijn geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie. Uit het goedkeurend inspectierapport of het certificaat moet blijken dat de brandbeveiligingsinstallatie is aangelegd en opgeleverd conform de door het bevoegd gezag goedgekeurde. Het goedkeurend inspectierapport of het certificaat moet binnen de inrichting aanwezig zijn.

 

Iedere twaalf maanden na aanleg van een brandbeveiligingsinstallatie moet door een inspectie-instelling worden beoordeeld of de brandbeveiligingsinstallatie functioneert en is onderhouden conform de door het bevoegd gezag goedgekeurde uitgangspunten. De inspectierapporten zijn binnen de inrichting aanwezig. Een opslagvoorziening mag niet in gebruik zijn indien uit een inspectierapport blijkt dat een brandbeveiligingsinstallatie niet voldoet aan de door het bevoegd gezag goedgekeurde uitgangspunten. Het goedkeurend inspectierapport of het certificaat moet binnen de inrichting aanwezig zijn

 

De inspectietermijn is één keer per jaar tenzij er aanwijzingen zijn die een frequentere inspectie noodzakelijk maken, of er in het UPD een hogere frequentie is opgenomen als gevolg van bijvoorbeeld de gehanteerde norm(en). Omdat bij een inspectie naast het inspectiebureau ook vaak de leveranciers van de installatie ( blusinstallatie, detectiesysteem, watervoorziening e.d.) en een medewerker van het bedrijf aanwezig moeten zijn brengen frequente inspecties voor het bedrijfsleven veel extra kosten met zich mee. Voor een frequentere inspectie dan 1 jaar dienen daarom aantoonbare redenen te zijn. Aantoonbare redenen zijn bijvoorbeeld: “Het tijdens de jaarlijkse inspectie vaststellen dat er aan de installatie geen of onvoldoende onderhoud wordt gepleegd en of dat het bedrijf zelf geen of veel te weinig (voorgeschreven) periodieke controles uitvoert. Als het bevoegd gezag van mening is dat een hogere inspectiefrequentie noodzakelijk is, dan zal deze noodzaak door het bevoegd gezag moeten worden gemotiveerd en vervolgens vastgelegd in het UPD of de vergunning.

 

Voor meer info kijk op: http://www.vncw-consultants.nl/Brandveiligheid/

 

Linkruil.org

Comments are closed.